De protesten braken uit in september 2022 na de dood van Mahsa Amini, een 22-jarige vrouw die was gearresteerd omdat ze haar hoofddoek niet volgens de regels zou hebben gedragen. Haar overlijden leidde tot woede en verdriet in het hele land. Al snel gingen mensen de straat op, eerst lokaal en daarna in steeds meer steden. Jongeren, vrouwen en mannen sloten zich aan en riepen leuzen tegen het regime. De demonstraties hielden maanden aan, ondanks harde waarschuwingen en massale aanwezigheid van veiligheidstroepen.
In de loop van de tijd veranderde de toon van de protesten. Waar het begon met eisen voor gerechtigheid voor Amini, werden de slogans breder en feller. Er werd openlijk kritiek geuit op de politieke en religieuze leiding van Iran. Voor de autoriteiten was dat een duidelijke rode lijn. De reactie liet niet lang op zich wachten en werd steeds gewelddadiger.
Volgens mensenrechtenorganisaties is een groot deel van de doden gevallen door direct geweld van veiligheidstroepen. Er zijn meldingen van het gebruik van scherp geschut, massale arrestaties en zware mishandelingen. Ook minderjarigen zouden onder de slachtoffers zijn. Het precieze aantal doden is lastig vast te stellen, omdat onafhankelijke journalisten nauwelijks toegang hebben tot het land en de overheid informatie controleert.
Naast dodelijk geweld werden duizenden mensen opgepakt. Sommigen kregen lange gevangenisstraffen na snelle processen die volgens critici niet eerlijk verliepen. Er zijn ook executies voltrokken van mensen die werden beschuldigd van betrokkenheid bij de protesten. Dat zorgt voor angst, maar ook voor meer woede onder de bevolking. Je merkt dat deze aanpak het conflict niet oplost, maar juist verdiept.
Het dodental van ruim 2500 is gebaseerd op onderzoek van een mensenrechtenorganisatie die informatie verzamelt via lokale netwerken, ooggetuigen en openbare gegevens. Zij proberen een zo compleet mogelijk beeld te krijgen, ondanks de beperkingen. De Iraanse overheid erkent deze cijfers niet en spreekt van een veel lager aantal slachtoffers. Dat verschil in cijfers laat zien hoe groot de kloof is tussen officiële verklaringen en onafhankelijke waarnemingen.
Deze organisaties wijzen ook op de bredere gevolgen van het geweld. Families van slachtoffers worden onder druk gezet om te zwijgen. Rouwbijeenkomsten worden soms verboden of uiteengedreven. Dat maakt het voor nabestaanden extra zwaar en vergroot het gevoel van onrecht.
De internationale gemeenschap heeft herhaaldelijk kritiek geuit op het optreden van Iran. Er zijn sancties ingesteld tegen verantwoordelijke personen en instellingen. Tegelijkertijd blijft de invloed van buitenaf beperkt. Iran wijst buitenlandse kritiek vaak af als inmenging in binnenlandse zaken. Voor veel Iraniërs voelt die internationale steun daarom vooral symbolisch.
Toch speelt aandacht van buiten een rol. Het zorgt ervoor dat de gebeurtenissen niet volledig uit beeld verdwijnen. Voor jou als lezer maakt dat duidelijk waarom cijfers over het dodental steeds opnieuw worden genoemd en gecheckt. Ze houden de druk op de ketel en geven slachtoffers een stem.
Een dodental van meer dan 2500 mensen gaat niet alleen over statistieken. Achter elk nummer zit een persoon, een familie en een verhaal. Het laat zien hoe ver de autoriteiten bereid zijn te gaan om controle te behouden. Tegelijkertijd toont het de vastberadenheid van veel Iraniërs om zich uit te spreken, ondanks de risico’s.
De protesten zijn inmiddels minder zichtbaar op straat, maar de onderliggende problemen zijn niet verdwenen. De onvrede leeft voort, ook al is de ruimte om die te uiten kleiner geworden. Dat maakt de situatie in Iran gespannen en onzeker.
Nu de protesten grotendeels zijn neergeslagen, blijft een land achter dat diep is geraakt. De hoge dodentallen drukken zwaar op de samenleving en zorgen voor een stille rouw die moeilijk zichtbaar is. Voor wie het nieuws volgt, blijft de vraag hoe lang deze stilte standhoudt en wat er nodig is voordat mensen opnieuw hun stem durven te laten horen.